Oplossing voor aanvullend pensioen bedrijfsleiders getroffen door corona

Oplossing voor aanvullend pensioen bedrijfsleiders getroffen door corona

Nadat de regering al met een oplossing gekomen is voor het aanvullend pensioen van zelfstandigen (VAPZ) die door de coronacrisis uitstel vroegen voor hun sociale bijdragen, komt ze nu ook bedrijfsleiders tegemoet die via hun vennootschap sparen voor hun pensioen.

Zelfstandigen die het door de coronacrisis financieel moeilijk hebben, kunnen de betaling van hun sociale bijdragen uitstellen tot volgend jaar en kunnen het overbruggingsrecht aanvragen. Dat is een soort werkloosheidsvergoeding voor zelfstandigen. Die steunmaatregelen dreigden echter ongunstige gevolgen te hebben voor het aanvullend pensioen dat zelfstandigen zelf bij elkaar sparen, omdat de fiscale aftrekbaarheid van de pensioenpremies in het gedrang komt.
Eerder werd al beslist dat zelfstandigen die uitstel vragen voor het betalen van hun sociale bijdragen van 2020 zich geen zorgen hoeven te maken over het aanvullend pensioen dat ze sparen via de formule van het Vrij Aanvullend Pensioen VAPZ. Uitzonderlijk mag uitstel van de sociale bijdragen geen reden zijn om de aftrekbaarheid van de premies voor het VAPZ te verwerpen.

Oplossing voor de Individuele Pensioentoezegging (IPT)
Nu is er ook een oplossing voor bedrijfsleiders die via hun vennootschap een pensioen van de tweede pijler opbouwen via de Individuele Pensioentoezegging (IPT) of groepsverzekering voor bedrijfsleiders. De opbouw van dat pensioen is maar fiscaal aftrekbaar als alle voorwaarden worden gerespecteerd. Een eerste voorwaarde is dat de pensioenpremies die de vennootschap dit boekjaar in het IPT voor de bedrijfsleider stort betrekking moeten hebben op bezoldigingen die regelmatig en ten minste om de maand worden betaald of toegekend door de vennootschap. Door de coronacrisis bestaat het risico dat u dit jaar niet aan die voorwaarde voldoet. Veel vennootschappen draaiden dit jaar minder omzet en bedrijfsleiders kenden zichzelf tijdelijk een lager of zelfs geen loon toe. Ook als ze terugvielen op het overbruggingsrecht komt de voorwaarde van ‘regelmatig en ten minste om de maand’ in het gedrang. Want het overbruggingsrecht wordt niet door de vennootschap maar door de overheid betaald.

De Individuele Pensioentoezegging, een soort groepsverzekering op maat van de bedrijfsleider, is aan voorwaarden gekoppeld. Door de coronacrisis dreigden bedrijfsleiders die voorwaarden niet te halen. Voor het uitzonderlijke jaar 2020 wordt aanvaard dat, naar analogie met wat geldt voor werknemers met een arbeidsovereenkomst, de maanden waarvoor de bedrijfsleider kon genieten van een overbruggingsrecht buiten beschouwing worden gelaten om te oordelen of sprake is van maandelijkse bezoldigingen.

Naast de vereiste dat sprake moet zijn van een maandelijkse bezoldiging geldt een begrenzing van het bedrag van de premie. Dat wordt de 80%-regel genoemd. Die bepaalt dat de tijdens een jaar betaalde premie alleen aftrekbaar als de premie aanleiding geeft tot extra pensioenopbouw waardoor de som van het wettelijk en het aanvullend pensioen niet hoger ligt dan 80 procent van de referentiebezoldiging van de bedrijfsleider. Bij een loonsverlaging of als de bedrijfsleider terugviel op het overbruggingsrecht, zakt de referentiebezoldiging en dus de grens van 80 procent. Waardoor de IPT-verzekering mogelijk moet worden teruggeschroefd. Ook daarvoor werkte het kabinet een oplossing uit. Er wordt aanvaard dat de premiebetalingen voor 2020 gedeeltelijk als een voorschot kunnen worden beschouwd op de premie van het volgende boekjaar 2021. Op die manier krijgen ondernemingen in 2021 de mogelijkheid om alsnog de nodige aanpassingen te doen om te voldoen aan de 80%-regel.

bron: www.tijd.be