Wat is nu voordeliger: een liquidatiereserve of een IPT?

Wat is nu voordeliger: een liquidatiereserve of een IPT?

Als zelfstandige met een vennootschap kan u een aanvullend pensioen opbouwen met de winsten van uw vennootschap via een liquidatiereserve of IPT backservice. In dit artikel gaan we dieper in op beide mogelijkheden. Soms erg technisch misschien… wij adviseren u graag verder tijdens een persoonlijk gesprek. Twijfel niet om ons te contacteren!

De vennootschapsbelasting werd met ingang van 2018 verlaagd. Vanaf 01/01/2020 bedraagt het normaal tarief 25%. Voor kmo’s, als ze aan bepaalde voorwaarden voldoen, is er een extra verlaagd tarief van 20% voor de eerste belastbare schijf van 100.000 euro. Het saldo is belastbaar tegen het normaal tarief. De crisisbijdrage werd volledig afgeschaft.
Dit geeft u bijvoorbeeld de kans om een grotere liquidatiereserve aan te leggen. Is dit de voordeligste manier om als zelfstandige het geld uit uw vennootschap naar uw privézijde over te hevelen? Of bereikt u een beter resultaat als u de winst in uw vennootschap als backservice zou storten in uw IPT?

Hoe werkt een liquidatiereserve?

Kleine vennootschappen kunnen (een gedeelte van) hun winst na belasting gebruiken om een liquidatiereserve aan te leggen. Er wordt dan wel een anticipatieve heffing van 10% toegepast, maar bij de latere vereffening van de liquidatiereserve is er een lagere roerende voorheffing verschuldigd. Concreet bedraagt die roerende voorheffing 5% als er minstens 5 jaar gewacht wordt met de uitkering van de liquidatiereserve. Wordt de liquidatiereserve uitgekeerd vooraleer de termijn van 5 jaar verstreken is, dan bedraagt de roerende voorheffing 17 of 20%. Als de vennootschap ontbonden en vereffend wordt, dan is er geen roerende voorheffing meer verschuldigd op deze liquidatiereserve.

Wat is de impact van de verlaagde vennootschapsbelasting op de liquidatiereserve?

Met andere woorden, afhankelijk van het tarief van de vennootschapsbelasting (20% of 25%) blijft er na vijf jaar respectievelijk 31.090,92 euro of 29.147,73 euro over (een verschil van 3.567,67 euro) om uit te keren aan uw privévermogen. De lagere vennootschapsbelasting zorgt er dus voor dat u privé meer overhoudt.

Individuele Pensioentoezegging (IPT)

Een individuele pensioentoezegging is enkel voorbehouden voor zelfstandigen die met een vennootschap werken. Een belangrijk voordeel van de IPT is dat de vennootschap de premies betaalt en die kan aftrekken als beroepskost, op voorwaarde dat er sprake is van een regelmatig loon en de 80%-regel nageleefd wordt.

U kunt in het kader van een IPT ook een backservice storten: dat is een inhaalstorting voor nog onbenutte fiscale ruimte uit het verleden. Stel dat uw vennootschap een winst vóór belastingen zou hebben van 50.000 euro en u dat bedrag volledig zou storten in uw IPT onder de vorm van een backservice. Komt dat dan voordeliger uit dan via een liquidatiereserve?

Om die vraag te beantwoorden, zijn er twee aspecten om in acht te nemen. Eerst en vooral is er de fiscale bonus die u geniet doordat de storting van de backservice integraal afgetrokken wordt van de winst. Hierdoor geniet u een belangrijk voordeel: de vennootschapsbelasting valt immers weg. Dat fiscaal voordeel hebt u niet als u voor een liquidatiereserve kiest.

Daarnaast is er de vraag of u op het einde van de rit meer overhoudt privé via uw IPT dan via een liquidatiereserve. We vergelijken hierbij twee scenario’s: één waarbij u 50.000 euro stort op uw 40steen het andere scenario waarbij de storting gebeurt op uw 50ste. We gaan daarbij uit van instapkosten van 1% en een jaarlijks rendement van uw IPT van 2%.

De bedragen die u op het einde van de rit, dus na 27 jaar (als u op uw 40stede backservice gestort hebt) of na 17 jaar (storting op uw 50ste), privé overhoudt, liggen bij een IPT een stuk hoger dan bij de liquidatiereserve. Maar dat zegt niet alles. De liquidatiereserve wordt na 5 jaar uitgekeerd tegen een voordelig tarief aan roerende voorheffing van 5%. Als u vanaf dan de bedragen uit ons voorbeeld zou beleggen, dan hangt uw eindkapitaal uiteraard af van uw rendement. Hoeveel zou uw eindkapitaal dan kunnen bedragen? In onderstaande tabel vergelijken we alle scenario’s met een rendement van 2 en 4% op uw belegging.

Als het rendement van uw belegde liquidatiereserve 2% bedraagt, dan komen de eindbedragen niet in de buurt van die via uw IPT. Logisch, want de inleg gebeurde met gelden vóór belastingen.
Slaagt u erin om jaarlijks een rendement van 4% te behalen op de belegging van uw liquidatiereserve, dan blijven de eindbedragen via uw IPT hoger. Tenzij in het scenario waarbij u op uw 45steal een liquidatiereserve uitkeert en vanaf dan jaarlijks 4% rendement haalt tot uw 67ste. Geen sinecure in deze tijden van lage rentestanden … Bovendien moet u, als u privé belegt, naargelang het product ook nog rekening houden met taksen, zoals roerende voorheffing, beurstaks, effectentaks, premietaks …

De conclusie …

Het eindverdict luidt dat een backservice van een IPT in de meeste gevallen de voordeligste oplossing is, omdat u

• een mooi fiscaal voordeel geniet (vennootschapsbelasting);
• al een hoog rendement nodig hebt om er beter uit te komen via uw liquidatiereserve.

Dat neemt natuurlijk niet weg dat u, eenmaal de mogelijkheden voor een backservice opgebruikt zijn, alsnog voor een liquidatiereserve kunt kiezen. Het zal netto interessanter zijn dan een dividend. Bovendien is de vennootschap een hefboom voor de opbouw van een privévermogen. Het is dus raadzaam om alle mogelijkheden optimaal te benutten.
Voor de volledigheid geven we nog even mee dat het bij een IPT ook mogelijk is om in tak 23 te investeren, waarbij uw rendement gelinkt is aan de resultaten van één of meerdere beleggingsfondsen. Op die manier krijgt u mogelijk uitzicht op een hoger rendement dan de 2% in bovenstaand voorbeeld, maar loopt u natuurlijk ook een zeker beleggingsrisico.

Bron: website nn.be